brrrrrrrrr

Te koud?

Mei 2021 | Lees alle columns

“Ja, daar gaan we weer!”

Het is net mei en weinig vogels zitten al op een ei. Te koud. Praten over het weer is van alle dag.  Mopperen ook. Daar is niks ‘Hollands’ aan. Voor onze planten is het echter bepalend. Tot nu toe is het voorjaar koud, dat klopt op een enkele aangename, bijna terrasdag na. Toch hoeft dit niet alleen maar nadelig te zijn.

Veel rotstuinliefhebbers zijn wijs met bolletjes. Krokussen, sneeuwklokjes en narcissen maken allang niet meer alleen de dienst uit in onze tuinen. Net als bij de alpiene planten, zoekt menigeen het steeds verderop met de lenteboden. Met wat zoekwerk kun je de meest mooie, aparte, maar ook moeilijke bolletjes op de bol tikken. Een ware uitdaging dus, en een mooie uitbreiding van de rotstuinhobby.

Ook bij mij zijn de laatste jaren verscheidene bolletjes de grond ingegaan en ik heb zelfs een klein bollenbakje achter in de tuin gecreëerd voor de soortjes die beter in pot en wat beschermd moeten staan. Zo’n bak die je kunt afdekken biedt dan ook voordelen in koude perioden, met name bij de heel vroege jongens en meisjes, zoals de krokussen. Buiten in de rotstuin waren de meeste krokussen bij mij binnen enkele dagen door kou en vorst in de nacht weer gauw weg. Echter in de bak kon ik van een paar mooie soortjes langer genieten.

Terug naar of het ‘te koud’ was en is. Ja. Meteorologisch gezien is het een koud voorjaar tot nu toe. En de voorspellingen voor de maand mei zijn nu ook niet “je van het”. Op het moment dat ik dit schrijf, bloeien hier de narcissen en tulpjes nog volop. Sterker nog: ik kan mij niet heugen dat de tulpjes zo lang bloeiden. En ook al heb ik er niet veel, de kabschia Saxifraga’s bloeien ook erg lang. Maar die hebben dan weer bij mij last gehad van enkele stevige hagelbuien. Nee, niet zo groot als pingpongballen, maar groot genoeg om de kabschiabloemen te beschadigen en niet zo mooi meer te doen zijn.

Dirk zou zeggen: “Het kan vriezen en dooien”. En laten we het daar maar op houden, dan valt er gelukkig nog steeds wat te zaniken en te mopperen over het ‘Hollandse weer’.