Nederlandse Rotsplanten Vereniging
LEDENPAGINA   WORD LID!
     
   
    HOME    OVER    NIEUWS    FOLIUM ALPINUM    ZAADDISTRIBUTIE    FORUM    FOTO    CONTACT     
         
    COLUMN: Boze man    
         
   

Oktober 2017  |  Lees alle columns

Een tijd terug stond een boze man voor onze deur. Hij had net even te lang op de bel gedrukt, maar klaarblijkelijk had dit geen verminderde frustratie tot gevolg. Wat bij mij de gedachte deed opkomen toen hij direct van leer trok, dat net te lang op de bel drukken niet veel helpt als je boos bent.

“Of ik de eigenaar van het wandelpad was die achter onze tuin langs de weilanden liep?” Nee, dat was ik niet en hij hapte naar lucht, terwijl hij een stapje terug deed. Daar was ik wel blij mee want met boze mannen die aan de deur komen, weet je het maar nooit. “Oh”, kwam er uit en hij leek mij wat teleurgesteld. Ik zag zijn besmeurde pantalon en zijn vieze handen vielen mij nu ook op. ”Bent u gevallen?”, probeerde ik vriendelijk maar toch met een blik waar vooral geen leedvermaak in gevonden kon worden. Dat was hij, en goed ook volgens hem. Hij schoof de mouw van zijn jasje omhoog en liet mij nog meer moddervegen en zelfs een heuse schaafwond zien.

Even later stond hij in onze keuken zich wat op te knappen en sloeg de koffie die mijn echtgenote hem aanbood niet af. Toch was hij nog steeds niet van zijn omhooggeschoten adrenaline gehalte af, zijn woorden kwamen er afgebeten uit, dus bleef ik wat gereserveerd. En de frons en boos opgetrokken wenkbrauwen wezen ook nog op een te hoge stand van zijn frustratiemeter. We liepen samen de tuin in om polshoogte te gaan nemen van de plaats delict. Hij werd steeds stiller, zo’n tuin had hij nog nooit gezien. Enthousiast begon ik te vertellen dat dit een rotstuin was, en hij leek geïnteresseerd te luisteren naar wat ik er over zei. Onze tuin is groot en diep, dus het duurde wel even tot we helemaal achterin waren. Net toen ik dacht dat zijn boosheid nu wel zo’n beetje over was, trok hij aangekomen op de crime scene verdubbeld van leer. Ik bukte mij en zag al gauw dat Horst Tappert, die vroeger Derrick speelde, er niet bijgehaald hoefde te worden. Gebroken waterleiding, met als gevolg een waterballet op het pad. “Mijn fout”, zei ik, draaide de kraan dicht en bood mijn excuus aan. Dit had echter niet de gewenste uitwerking, en met een, “leugenaar, leugenaar, zie je wel, je bent wel de schuldige”, kwam hij met gebalde vuisten op mij af.

Net toen ik besloten had, dat hij nu grenzen ging overschrijden en ik dan maar noodgedwongen er een echt plaats delict van moest maken, redde mijn vrouw de situatie. Met een poeslieve stem vroeg ze of we even de koffie wilden aanpakken dan had ze tenminste haar handen vrij om de politie te bellen. Dit mocht natuurlijk niet ten kosten gaan van mijn rol als man en beschermer van huis, haard, vrouw en rotstuin. Ik trok een woedend gezicht en ik waarschuwde hem als de bliksem de tuin te verlaten. En ik zette dit kracht bij door wilde arm gebaren, waarbij ik even vergeten was dat ik in beide handen een beker koffie had. Het gevolg was dat de boze man een deel van de koffie over zijn broek kreeg, en dit resulteerde in een heel nieuw effect. Zelden zag ik iemand van tegen de zeventig zo snel en stijlvol over ons hek zweven, en zonder te vallen kwam hij recht op zijn benen op het blubberige pad te staan, draaide zich om en zei vol venijn, dat rotstuinen verboden moesten worden. Hij trok zijn jasje recht en mijn echtgenote en ik bleven hem nastaren tot hij in de verte verdwenen was.

Toen ik dit de volgende dag - iets meer aangedikt - vertelde aan vriend Dirk, en mij beklaagde over mannen die met pensioen waren en niets meer te doen hadden en daarom andere mensen lastig vielen als ze een keertje waren uitgegleden, keek hij mij smalend aan. “Moet jij zeggen”, zei hij schamper, “je bent zelf een nijdige pensionado die overal over moppert”. Een hele reeks voorvalletjes rolde rap uit zijn mond, en ik keek hem verbluft aan. Toch kon ik het meeste niet ontkennen: “Maar was het nou nodig om mij daar zo mee te confronteren?” “Ja, daar ben je vrienden voor”, zei hij en vond het blijkbaar zelf heel grappig.

In de dagen daarna, werkend in de rotstuin, gingen mijn gedachten op en neer. Was het waar dat als je ouder werd en de pensioengerechtigde leeftijd bereikte je gefrustreerd kon raken door het gevoel niet meer helemaal mee te tellen, beetje uitgerangeerd, jonge mensen die jouw plaats in hadden genomen? En ik filosofeerde heel wat af over ouder worden en de uitwerking daarvan op een mens. Gelukkig had zoals altijd de rotstuin een therapeutische werking en liet ik het al snel achter mij.

Twee maanden later deden wij mee aan de open tuinen dag van de plaatselijke tuinverenging. Op een gegeven moment met zo’n twintig tot dertig belangstellenden in de tuin schrok ik. De boze man stond zwijgend met zijn handen in zijn zakken midden in de rotstuin terwijl vriend Dirk, die mij die dag een handje hielp, hem druk gebarend uitleg gaf over het hoe en wat van zo’n rotstuin. De boze man verliet de tuin op dezelfde wijze als twee maanden daarvoor, over het hek en stak zijn hand op als groet toen hij zag dat ik hem zag. “Aardige vent, zeer geïnteresseerd”, zei Dirk toen hij bij mij stond. “Die komt vast nog weleens terug”, voegde hij er aan toe. “Ik hoop het niet”, zei ik zacht, maar Dirk had het gehoord. “Zie je nou wel, je bent een rare nijdige pensionado”, zei hij en liep hoofdschuddend naar een volgende tuingast.

   
         
         
         
         
    © Nederlandse Rotsplanten Vereniging (NRV), sinds 1985     |     Webdesign: Devaca